Autisme en puberteit

Met de puberteit wordt de periode bedoeld waarin het kind zich ontwikkelt tot volwassene. Het is een periode waarin jongeren lichamelijk en psychisch veranderen. Hormonen spelen hier een grote rol bij. Het lichaam bereidt zich fysiek en mentaal voor op de voortplanting. In deze periode ontwikkelen
zich bijvoorbeeld seksuele gevoelens. Er gebeurt dus nogal wat. Pubers gaan zich losmaken van de ouders. De weg wordt ingeslagen naar zelfstandigheid. Ze gaan zelf beslissingen nemen. Ze zoeken aansluiting en kijken kritisch naar zichzelf. Vriendschappen worden hechter en op een gegeven moment wordt de invloed van de vriendenkring belangrijker dan wat de ouders zeggen of willen. Dat zijn in principe allemaal normale ontwikkelingen.

Sociale aspecten
Voor kinderen met een stoornis in het autistische spectrum gaat het hierboven vermelde proces gepaard met enige (voor sommigen niet geringe) hindernissen. Het grootste struikelblok is dat zij het vanzelfsprekende talent missen om de algemeen gehanteerde sociale regels te begrijpen. Het is voor deze groep heel lastig aansluiting bij anderen te vinden en ergens bij te horen. En die aansluiting is nu juist in deze periode belangrijk, want een kring van vrienden en bekenden is voor pubers een soort veilige haven waar zij zich thuis voelen en zich ongeremd of (in ieder geval) minder geremd kunnen ontplooien. Ze vormen zich mede onder invloed van deze groep een mening en ze vertonen een bepaald gedrag wat in een dergelijke groep past door het volgen van de gemeenschappelijke gedragscodes. Met andere woorden, je behoort tot de groep als je voldoet aan wat de groep uitdraagt. Maar voor jongeren met een autismespectrumstoornis is aansluiting bij een dergelijke groep dus niet zo vanzelfsprekend.

Meer weten over dit onderwerp? Boekentip!

Eigen identiteit
Hoe kunnen kinderen met een autismespectrumstoornis nu een eigen identiteit vormen? De zoektocht naar een eigen identiteit verloopt voor deze groep in ieder geval vaak trager en moeizamer. Het je minder of niet goed kunnen inleven in de ander is op zich al lastig genoeg bij het aangaan en onderhouden van contacten. Maar daarnaast zijn deze jongeren niet (goed) in staat zich een voorstelling van de toekomst te kunnen maken. Hoe zal die zijn, wat zou ik willen, wat moet ik daarvoor doen? Dit voorstellingsvermogen is echter een belangrijk onderdeel voor de vorming van een eigen identiteit.

Wat je veel ziet bij jongeren met een autismespectrumstoornis is dat zij zich sneller terugtrekken. Het besef ontstaat dat zij zich anders ontwikkelen en anders gedragen dan van hen wordt verwacht. Het wekt bij veel pubers gevoelens van somberheid en eenzaamheid op. Dit geldt overigens niet alleen voor jongeren met een vorm van autisme. Veel pubers kunnen in deze periode met dezelfde gevoelens kampen. Vaak uit dat zich in het dragen van donkere kleding of ze lopen buitensporig bedekt met kleding. De kleur zwart valt het minste op, een capuchon biedt bescherming. Ze zitten als het ware verstopt onder hun kleding.

Tips en handvatten
Pubers met autisme worden door leeftijdgenoten ook niet altijd goed begrepen. De communicatie over en weer loopt voor het kind met autisme niet zo logisch als voor het kind zonder autisme. Het kind met autisme begrijpt niet altijd precies wat er sociaal gaande is. Dit kind kan dan op een bepaalde situatie op een bepaalde manier reageren wat voor een ander als ‘vreemd gedrag’ gezien kan worden. En daar kunnen dan weer allerhande vervelende situaties uit ontstaan.

Hoe maak je het als ouder voor je kind met een autismespectrumstoornis nu zo aangenaam mogelijk om op een goede manier door de puberteit te komen? Je kunt als ouder je kind al een heel stuk begeleiden door middel van veel uitleg en verduidelijking over de algemeen gehanteerde sociale regels. Het is zeker voor ouders met deze groep kinderen extra belangrijk zich te verdiepen in hoe de jeugd op het moment met elkaar omgaat en wat hen zoal bezig houdt. Je kunt veel nuttige informatie halen uit jongerenprogramma’s en het internet. Informeer zo nu en dan bij je kind wat het leuk vindt en wat hem of haar aanspreekt of waar hij of zij plezier in beleeft. Natuurlijk heeft niet elk kind zin of behoefte alles aan zijn ouders te vertellen. Je kunt ook de mentor op school vragen hoe het gaat. Deze kan iets meer zeggen over de sociale omgang op school, bijvoorbeeld of je kind met klasgenoten optrekt.

Pubers hebben vaak een ‘grote mond’ en kunnen erg brutaal zijn. Een kind met autisme kan dat ook. Het grote verschil is dat het kind met autisme door het beperkte inlevingsvermogen achteraf minder of geen spijt voelt. Het is daarom nodig dat deze kinderen leren beseffen dat ze mensen ermee kunnen kwetsen of pijn doen. Dat kunnen ze leren. Ze kunnen leren waar de grenzen liggen en dat bepaalde dingen niet kunnen. Ze moeten zich normen en waarden aanleren. Afzetten tegen de ouders zullen deze kinderen zich bij tijd en wijle in deze periode ook echt wel, net als alle andere pubers. Het lijkt dan alsof deze kinderen je opzettelijk willen kwetsen en ze raken je daarmee diep in het hart. Bedenk dan dat dit gedrag in de meeste gevallen voortkomt uit frustratie, onwetendheid of onbegrip. Het zijn nu juist de kinderen met een autismespectrumstoornis die eerder uit naïviteit handelen dan dat zij er bewust op uit zijn iemand opzettelijk pijn te doen of te kwetsen.


Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Tagged , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *