Klassiek Autisme

Klassiek autisme, kernautisme, syndroom van Kanner, HFA ( hoog functionerend autisme).
Deze benamingen hebben eigenlijk allemaal dezelfde betekenis. Alleen hoog functionerend autisme onderscheidt zich op intelligentieniveau van de andere benamingen. Maar heeft daardoor zeker niet minder autisme kenmerken en beperkingen. Klassiek autisme is de meest complexe vorm van autisme die er bestaat. Wat eigenlijk betekent dat iemand met klassiek autisme voldoet aan de meeste kenmerken die toegewijd zijn aan autisme. Deze kenmerken zijn vastgelegd in de DSM IV.

Als men aan autisme denkt, wordt er vaak een link gelegd met de film ‘Rainman’. Een bijzondere goede verfilming waarbij enkele kenmerken duidelijk naar voren komen. Echter is ieder mens verschillend en komt ook bij iedereen het autisme op een andere manier tot uiting.

Het is moeilijk om de kenmerken allemaal weer te geven omdat het er zo velen kunnen zijn. Ook kan een kenmerk bij zowel klassiek autisme als bijvoorbeeld bij PDD-NOS voorkomen. Een kenmerk kan ook juist het tegenovergestelde weergeven als wat de persoon met klassiek autisme laat zien. Moeite met verbale communicatie kan zich uitten in stilzwijgen maar ook juist in non-stop blijven praten. Beide vormen zijn een verstoring van de normale functie.

In grote lijnen zijn er drie gebieden te onderscheiden waarin ieder persoon met klassiek autisme een stoornis heeft in een bepaalde intensiteit.

Communicatie en taal:

Moeite hebben met herkennen en interpreteren van emoties en bijvoorbeeld gezichtsuitdrukkingen. Een vertraagde en afwijkende taalontwikkeling en het letterlijk denken en interpreteren van allerlei taal. Kinderen met autisme krijgen vaak lessen over het herkennen van gezichtsuitdrukkingen. Maar daarmee zijn ze er nog niet. Als je weet dat iemand boos kijkt, betekent dat nog niet dat de persoon met autisme ook doorheeft hoe hij kan reageren op iemand die boos is en dat die persoon ook weet waarom de ander boos is. Als iemand vervolgens om een andere reden boos is, betekent dat dus ook niet dat de persoon met autisme weet hoe daar op te reageren. Het is immers in de ogen van de persoon met autisme een andere situatie. Kinderen met autisme kunnen leren van iedere situatie door deze van begin tot eind met hen door te spreken. Zie het maar als een computer. Het kind slaat een bepaalde situatie op en kan die bovenhalen als er dezelfde situatie nog eens voordoet. Verschilt er iets in die situatie, dan vindt het zoekprogramma deze niet meer.

Ook een bekend fenomeen is dat mensen met autisme vaak standaard zinnen en antwoorden oprakelen. Als je de persoon niet zo goed kent en deze niet vaak spreekt, valt dit mogelijk niet of nauwelijks op. Maar als je de persoon wat langer kent of je stelt de vraag op een net iets andere manier, kan er een niet passend antwoord uitkomen.

Echolalie is ook een veel voorkomende stoornis bij mensen met autisme. Dat kan directe echolalie zijn of uitgestelde echolalie. Bij directe echolalie is het meestal vrij duidelijk doordat de persoon vrijwel direct jouw napraat. Bij uitgestelde echolalie wordt dat lastiger omdat hier periodes van uren, dagen of weken tussen kunnen zitten.

Verbeelding en sociale interactie:

Ze hebben veel moeite met weerbaarheid in sociale situaties. Interactie met leeftijdsgenootjes en anderen is verstoord. Je ziet vaak dat een kind met klassiek autisme zich richt op volwassenen of op jongere kinderen. Op jonge leeftijd is dit niet altijd even duidelijk en wordt deze verstoorde sociale interactie nog niet altijd als storend ervaren. Dit komt omdat het verschil met de leeftijdsgenootjes dan nog niet zo groot is. Rond de leeftijd van acht à negen jaar zie je dat de ontwikkeling van de leeftijdsgenootjes op normale voet doorgaat en het verschil met het kind met autisme steeds groter wordt. Dat betekent niet dat het kind met autisme hier niet in bij zou kunnen leren. Maar dit betekent wel dat het kind met autisme veel meer tijd nodig heeft om zich hierin te kunnen ontwikkelen.

De verbeelding van de persoon met autisme is verstoord doordat deze de wereld vanuit een ander perspectief ziet. Het letterlijk denken en interpreteren zijn hiervan enkele oorzaken. Ook het in detail kijken en moeite met hoofd- en bijzaken scheiden liggen hier aan de grondslag. Vanuit de persoon met autisme is het allemaal heel logisch zoals hij de zaken oplost. Omdat de ander zonder autisme hem niet begrijpt of niet inziet hoe men zo kan denken, kan dit problemen opleveren. Gelukkig bestaan er ook leuke situaties waardoor de omgeving van mensen met autisme ook eens kunnen lachen en zo ook de persoon met autisme weer meer waarderen.

Een leuk voorbeeld: Een jongen was op school aan het voetballen en had al twee ballen in de boom geschoten. Hij vraagt aan de leerkracht of hij een bezemsteel mag gaan halen om de ballen er uit te halen. Vervolgens komt hij met twee bezemstelen weer buiten. Voor hem was het heel logisch dat als er twee ballen in de boom liggen, je ook twee bezemstelen nodig hebt om die er allebei uit te halen.

Preoccupaties en stereotiepe interesses:

Veel mensen met autisme hebben volgens vaste patronen handelingen aangeleerd. Deze vaste patronen hebben ze nodig om tot het einddoel te komen. Echter kunnen deze patronen ook voor een groot dilemma zorgen als de persoon met autisme hier in vast komt te zitten. Een bepaalde flexibiliteit dient daarom van jongs af aan ingebracht te worden in de patronen. Hier dient met wel voorzichtig mee om te springen en duidelijk te zijn. Niet ieder persoon met autisme kan hier mee omgaan, maar een of twee keer iets anders kan vaak wel overbrugt worden. Mits men daarna weer terug kan naar de vaste patronen. Dat is hun houvast dat alles is zoals het is en ook zo blijft verlopen. Dat is hun zekerheid en veiligheid. Patronen doorbreken heeft meestal een grotere slagingskans als dit gebeurd door een vertrouwenspersoon waarmee de persoon met autisme een goede en veilige band heeft. De mensen met autisme leren zo ook dat in de huidige maatschappij zaken kunnen veranderen. Zo leren ze enigszins omgaan met veranderingen waar ze geen invloed op hebben.

Testgedrag komt ook vaak voor bij mensen met autisme. Ze doen bewust iets waarvan ze weten dat het niet mag. Maar dat gebeurt dan niet bewust om de ander te treiteren of uit te halen. Maar gebeurd uit onzekerheid of onveiligheid. Ze willen weten of jij het allemaal nog wel weet. Of jij als begeleider of ouder nog wel weet wat er afgesproken was en het ook zo uitvoert. Dit testgedrag kan tot storende en ongewenst gedrag leiden.

Preoccupaties ofwel specifieke interesses genoemd, komen vaak voor bij mensen met autisme. Een specifieke interesse is op zich uiteraard geen stoornis. Het wordt pas een stoornis als iemand er niet meer mee kan stoppen. Als iemand hier constant mee bezig moet zijn en daardoor het verdere functioneren en bijvoorbeeld zelfzorg in het gedrang komt.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin