Autisme en omgaan met moeilijk gedrag

Je kunt de gedragskenmerken die bij autisme horen niet over één kam scheren. Gedrag is bij ieder mens en ook bij iedere persoon met autisme anders. Daarnaast zijn omgevingsfactoren en situaties ook nog eens van invloed op het gedrag. Je kunt in ieder geval wel voor alle vormen van autisme zeggen dat de stoornis zich voordoet op de volgende drie gebieden:
• sociale interactie (een gebrek aan wederkerigheid)
• verbale en non-verbale communicatie
• de verbeelding
De stroefheid in denken en handelen, de weerstand tegen verandering, fiepen (helemaal opgaan in een specifieke interesse) of juist het hebben van een beperkte interesse, het niet in staat zijn emoties te reguleren, het zich niet kunnen verplaatsen in een ander zijn allemaal zaken die hieruit voortvloeien. Het snel overprikkeld raken, het hebben van driftbuien en paniekreacties komt dikwijls voor.

Omgaan met een brutale mond
Bijna iedereen met autisme en zeker ook de kinderen vinden het niet makkelijk om zo beperkt te zijn in de sociale omgang. Ze kunnen zich niet goed inleven in de ander en dus ook niet altijd de juiste inschatting maken. Om deze reden kunnen kinderen met autisme nog wel eens ongepast of beledigend uit de hoek komen of gedurfde (intieme) vragen stellen. Dat komt dus niet uit arrogantie of onbeleefdheid maar uit sociale blindheid. Realiseer je dit als je een volgende keer weer eens overdonderd wordt met een uitspraak van een kind waardoor je op dat moment je bijzonder opgelaten voelt. Achteraf kun je er vaak ook nog wel de humor van inzien. Kinderen met autisme kunnen vaak verrassend origineel uit de hoek komen. Hoe ouder het kind wordt, des te meer leren ze de beperkingen in de sociale omgang min of meer te compenseren. Ze leren hoe ze zichzelf beter aan de buitenkant kunnen presenteren en ze hebben langer geoefend met het voldoen aan sociale verwachtingen.

Meer weten over dit onderwerp? Boekentip!

Omgaan met driftbuien
Plotselinge veranderingen kunnen fikse driftbuien veroorzaken. Verjaardagsfeesten, drukte in een winkel, Sinterklaas en de kerst en dergelijke kunnen bij kinderen met autisme veel stress bezorgen. Een kind dat overprikkeld raakt door zijn omgeving kan plotseling in woede ontsteken. Je kunt paniekaanvallen of woede-uitbarstingen beperken door zoveel mogelijk voorspelbaar te zijn. Geef veranderingen tijdig aan. Gebruik korte zinnen om zo duidelijk mogelijk in de communicatie te zijn en gebruik daarbij concrete taal.
Zeg niet: stop daarmee!
Maar zeg: ik wil dat je stopt met het wippen op de stoel.
Je kunt een driftbui niet altijd voorkomen. Bedenk dat het kind zelf ook overvallen wordt door zijn of haar woede. Blijf daarom zelf rustig en houd het overzicht. Het is handig als je zelf een strategie (of meerdere) bedenkt die ‘werkt’ bij het betreffende kind. Houd het simpel. Verleid het kind bijvoorbeeld om samen te stampvoeten. Haal het enkele minuten uit een bepaalde situatie. Als het kind in een razernij zit, is het lastig om daar op eigen kracht uit te komen. Ga even samen met je kind apart zitten. Er zijn vaak maar een paar minuten nodig om het kind weer rustig te krijgen.
Vaardigheden leren
Moeilijk gedrag kan met veel geduld en consistentie aangepakt worden, ook bij autisme. Juist bij autisme is het stimuleren van gewenst gedrag wenselijk zodat het kind zich weet te redden in zijn omgeving. Het is daarnaast belangrijk dat het kind leert zijn behoeften aan de omgeving kenbaar te maken. Nu kan het zijn dat het kind zelf niet in staat is bepaalde handelingen uit te voeren. In dat geval kan het leerproces in haalbare en begrijpelijke stappen worden opgedeeld. Om gedragsveranderingen te bevorderen is het nodig om het kind alternatief gedrag aan te leren.
Bijvoorbeeld:
Als je boos bent, ga je niet je broertje slaan.
Als je boos bent, sla je op een kussen of een stoel.

Regels en structuur
Het is belangrijk grenzen aan te geven. Huisregels zijn daar heel geschikt voor. Zolang je de regels aanpast aan wat het kind aankan, biedt dat voor het hele gezin structuur en duidelijkheid. Bedenk niet voor alles regels maar alleen daar waar het nodig is. Houd de regels simpel en begrijpelijk. Pictogrammen helpen hierbij, afhangende van de gradatie van het autisme. Regels zijn handige hulpmiddelen om je kind te belonen voor goed gedrag en te straffen voor moeilijk en ongewenst gedrag. Gewenst gedrag moet worden beloond om herhaling daarvan te stimuleren. Je moet er goed over nadenken met wat je kind beloond zal worden, want het streven is natuurlijk het gedrag zo vaak mogelijk uit te lokken. Houd de beloning daarom in proportie. Ongewenst gedrag moet gestraft worden en het is belangrijk hierin consequent te zijn.
Bijvoorbeeld:
Jantje mag elke dag een half uur lang computerspelletjes doen. Na het halve uur wordt hij gevraagd ermee te stoppen.
Doet hij de hele week zoals het is besproken, dan krijgt hij op zondag een kwartier erbij. Doet hij het niet (Jantje werkt niet mee en wordt agressief), dan wordt de volgende dag een 10 minuten speeltijd afgetrokken.

Redenen moeilijk gedrag
Probleemgedrag bij kinderen met autisme is vaak het gevolg van moeilijkheden of beperkingen die gepaard gaan met het autisme. Het kind kan gefrustreerd zijn omdat het niet duidelijk kan maken wat het wil, wat het verwacht of nodig heeft. Andersom kan de omgeving voor het kind niet duidelijk zijn. Het niet begrijpen van wat er van hem verwacht wordt, kan ook heel frustrerend zijn. Om een goede strategie te bedenken om het moeilijk gedrag zoveel mogelijk te voorkomen of adequaat op te treden, is het achterhalen van de reden van de frustratie een handig handvat.

3 Strategieën
Om de juiste strategie te vinden om ongewenst en lastig gedrag van je kind te bepalen, is het uitgangspunt dat het altijd vanuit een autismevriendelijke omgeving moet gebeuren.

1 Lastig gedrag voorkomen
Je kunt een strategie bedenken waarmee je moeilijk gedrag kunt voorkomen. Een kind dat snel overprikkeld raakt, heeft bijvoorbeeld meerdere rustmomenten nodig. Creëer dagelijks situaties of omgevingen waarin het kind zich terug kan trekken, zich veilig voelt en zich kan ontspannen.
2 Leren uit gedrag
Een andere strategie kan gebaseerd zijn op het leren van vaardigheden van het kind, waarmee het probleemgedrag kan worden vervangen. In plaats van boosheid te uiten in slaan of gooien met dingen kan het kind bijvoorbeeld op een kussen slaan.
3 Op een betere manier reageren
Het is lastig om op de juiste manier te reageren bij lastig gedrag en toch kan het een strategie zijn om lastig gedrag de kop in te drukken. Kalm blijven bij een driftbui zorgt ervoor dat je het overzicht houdt en daarom een betere grip op de situatie hebt.


Facebooktwittergoogle_pluslinkedin